Vergunning tuinhuis of blokhut nodig?
In de meeste gevallen plaats je een tuinhuis of blokhut gewoon in je achtertuin, zonder vergunning. Of dat ook voor jouw situatie geldt, hangt af van vier dingen: waar het staat, hoe groot het is, hoe hoog het is en waar je het voor gebruikt.
Hieronder lopen we die vier factoren langs, zodat je weet waar je aan toe bent voordat je gaat bouwen. Let op: sinds de Omgevingswet in 2024 inging, bepaalt je gemeente een deel van deze regels zelf. De laatste check doe je daarom altijd bij het Omgevingsloket.
In het kort
Staat je tuinhuis achter je huis, blijft het onder de maximale oppervlakte voor jouw perceel, is het niet te hoog, en gebruik je het als berging, werkplek of tuinkamer? Dan heb je waarschijnlijk geen omgevingsvergunning nodig.
Heb je al een schuur, garage of aanbouw staan? Die tellen mee in de berekening. Dat is de meestgemaakte misrekening.
Wat er in 2024 is veranderd
Op 1 januari 2024 verving de Omgevingswet de oude bouwregels. Drie dingen zijn anders, en veel informatie die online rondzwerft is daardoor verouderd:
De bouwvergunning heet nu omgevingsvergunning.
Het bestemmingsplan heet nu omgevingsplan. Elke gemeente heeft er één.
De regels voor bouwen in je tuin staan nu in dat gemeentelijke omgevingsplan. Ze zijn vrijwel overal nog gelijk aan de oude landelijke regels, maar gemeenten mogen ze aanpassen.
Dat laatste punt is de reden dat wij geen harde garantie kunnen geven en jij altijd zelf even checkt.
Factor 1 — Waar staat het tuinhuis?
Vergunningsvrij bouwen mag alleen in het achtererfgebied. Dat bepaal je zo:
Ga naar de voorgevel van je huis.
Meet 1 meter naar achteren.
Trek vanaf dat punt een denkbeeldige lijn evenwijdig aan de straat.
Alles achter die lijn is achtererfgebied. Daar mag je bouwen.
Twee aandachtspunten:
Woon je op een hoek? Dan loopt die lijn ook langs de zijstraat. Je achtererfgebied is dan vaak kleiner dan je verwacht.
Houd meer dan 1 meter afstand tot openbaar toegankelijk gebied, zoals een stoep, straat of park. Dit gaat over openbare ruimte, niet over de erfgrens met je buren.
Zit jouw perceel ingewikkelder in elkaar?
Grenst je tuin aan een hoek, aan water, of heeft je perceel een onregelmatige vorm? Dan loopt de grens van je achtererfgebied niet in één rechte lijn. In deze video van het Informatiepunt Leefomgeving (ILPO) zie je in anderhalve minuut hoe je die lijn stap voor stap tekent.
Bron: Informatiepunt Leefomgeving (Digitaal Stelsel Omgevingswet), geraadpleegd op 22 september 2026.

Factor 2 — Hoe groot mag het worden?
De maximale oppervlakte reken je uit over je bebouwingsgebied. Twee stukken grond tellen daarin mee:
je achtererfgebied: alles achter de lijn uit factor 1;
de grond onder een aanbouw die later aan je huis is toegevoegd.
De grond onder je huis zoals het oorspronkelijk is gebouwd, telt niet mee.
Is je huis nooit uitgebouwd? Dan is je bebouwingsgebied simpelweg je achtererfgebied.
Meet je bebouwingsgebied op en gebruik deze staffel:
Rekenvoorbeeld
Je bebouwingsgebied is 200 m². Je mag dan 50 + (20% van 100) = 70 m² bebouwen. Staat er al een schuur van 12 m²? Dan houd je 58 m² over voor je tuinhuis.
Tel álle bijbehorende bouwwerken mee: schuur, garage, overkapping, veranda en aanbouw. Ook als die destijds met vergunning zijn gebouwd.

Factor 3 – Hoe hoog mag het worden?
Je meet de hoogte vanaf het aansluitende terrein. Wat mag, hangt af van de afstand tot je huis.
Staat het tuinhuis verder dan 4 meter van je huis? Dit is de meest voorkomende situatie.
Plat dak of één dakvlak: maximaal 3 meter.
Schuin dak met twee of meer dakvlakken: de dakvoet blijft onder 3 meter, de hellingshoek onder 55° en de nok onder 5 meter. Daarbovenop geldt een rekenregel die de nokhoogte koppelt aan de afstand tot de erfgrens:
maximale nokhoogte = (afstand van de nok tot de erfgrens × 0,47) + 3
Staat je nok 4 meter van de erfgrens? Dan mag hij tot 4,88 meter.
Die rekenregel bestaat om te voorkomen dat je buren te veel zonlicht verliezen: hoe dichter je bij de erfgrens bouwt, hoe lager de nok mag zijn.
Staat het tuinhuis binnen 4 meter van je huis, of bouw je het ertegenaan?
Dan gelden drie grenzen tegelijk:
maximaal 5 meter,
niet hoger dan 0,3 meter boven de verdiepingsvloer van je woning,
nooit hoger dan je woning zelf
In de praktijk is die tweede grens bijna altijd bepalend; ligt je verdiepingsvloer op 3 meter, dan is 3,3 meter je maximum.
Woon je in een bungalow of ander huis met maar één bouwlaag? Dan geldt simpelweg: niet hoger dan je woning.
Die 4 meter meet je loodrecht vanaf je woning.
Een blokhut met een kap mag dus vaak hoger dan de 3 meter die je op veel plekken leest.
Factor 4 — Waar ga je het voor gebruiken?
Staat je tuinhuis verder dan 4 meter van je woning, dan moet het gebruik ondergeschikt zijn aan je huis. Een berging, fietsenstalling, hobbyruimte, tuinkamer of plantenkas past daarbinnen.
Wil je er wonen, slapen of iemand permanent in huisvesten? Dan verandert de situatie en heb je vrijwel zeker een vergunning nodig. Voor mantelzorg gelden aparte regels; check die bij je gemeente.
Wanneer je wél een vergunning nodig hebt
Reken op een vergunningsaanvraag als:
Je tuinhuis in het voorerfgebied komt te staan. Daarvoor is altijd een vergunning nodig, hoe klein het bouwwerk ook is.
Je over de maximale oppervlakte uit de staffel heen gaat.
Het hoger wordt dan de regels toestaan.
Je woning een monument is, of in een beschermd stads- of dorpsgezicht staat.
Je er een zelfstandige woonruimte van maakt.
Je gemeente in het omgevingsplan strengere regels heeft opgenomen.
Vergunningsvrij is niet regelvrij
Ook zonder vergunning blijven een paar dingen gelden:
Bouwtechnische eisen. Je tuinhuis moet constructief veilig zijn. Die eis staat los van de vergunningplicht.
Burenrecht. Het Burgerlijk Wetboek stelt eigen regels, los van je gemeente. De belangrijkste voor een tuinhuis: binnen 2 meter van de erfgrens met je buren mag je geen ramen, deuren of balkons maken die uitzicht geven op hun perceel. Wil je daar toch daglicht binnenlaten? Dat mag met vaststaande ramen van matglas. Zet je je tuinhuis met een raam richting de buren, meet dan even na.
Welstand. Voor vergunningsvrije bouwwerken is er geen welstandstoets vooraf. Wordt het resultaat een uitgesproken ontsiering, dan kan je gemeente achteraf alsnog ingrijpen.
Afspraken van je VvE, erfpacht of vereniging. Bij een volkstuin gelden vrijwel altijd eigen regels van het complex.
Een kort gesprek met je buren voorkomt hier de meeste problemen.