Werking van hout
Hoe ziet het eruit?
Hout is een natuurproduct en dat betekent dat het 'leeft'. De 'werking' van hout is het proces waarbij de planken, palen of balken in omvang veranderen door schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid. Dit merk je doordat het hout in vochtige periodes uitzet (opzwelt) en in drogere periodes weer inkrimpt. In de praktijk uit zich dit in het ontstaan van kiertjes, kleine scheuren, of zelfs het kromtrekken, buigen of torderen (draaien) van het materiaal.
Hoe komt het?
Hout is een zogeheten hygroscopisch materiaal. Dit houdt in dat het werkt als een soort spons: het neemt vocht op uit de omgeving en staat het ook weer af.
Vocht en droogte: Wanneer de luchtvochtigheid hoog is (zoals bij regen of in het najaar), absorbeert het hout vocht en zet het uit. Tijdens warme, droge periodes verliest het hout dit vocht en krimpt het.
Breedte vs. lengte: Het proces van uitzetten en inkrimpen vindt voornamelijk plaats in de breedte en dikte van de plank. Houd hier dus rekening mee bij de montage van de planken. Ook in de lengte vindt werking plaats, maar aanzienlijk minder. Houd ook hier rekening mee door bijvoorbeeld de kopse kanten nooit strak tegen elkaar te plaatsen.
De invloed van de zon: Als een plank vol in de zon ligt, droogt de bovenkant razendsnel uit, terwijl de onderkant of schaduwzijde vochtig blijft. Dit ongelijkmatige drogen zorgt voor spanning in de plank en is de hoofdoorzaak van kromtrekken of 'cuppen'.
Wat moet ik ermee?
De werking van hout is een volledig normaal en natuurlijk proces. Het leidt pas tot problemen of schade (zoals ontzette planken, klemmende deuren of afbrekende schroeven) als het hout niet goed is opgeslagen, niet is beschermd, of als er bij de montage te weinig 'zwelruimte' is overgelaten.
Omdat dit soort schade een direct gevolg is van een onjuiste opslag of montagefout, valt dit niet onder de garantie. Gelukkig kun je overmatige werking heel eenvoudig voorkomen door de volgende regels aan te houden:
Vóór en tijdens de montage:
Sla het hout correct op: Wacht bij voorkeur niet te lang met het verwerken van geleverde materialen. Sla je het toch op? Haal het hout direct uit het plastic zodat het kan ademen. Leg het vrij van de grond (tegen optrekkend vocht), overdekt en absoluut buiten de volle zon.
Houd de juiste tussenruimte aan: Hout heeft ruimte nodig om uit te zetten. Schroef je de planken strak tegen elkaar, dan drukken ze zichzelf kapot. Houd altijd de volgende richtlijnen aan:
Gevelbekleding: Houd 2 tot 3 mm tussenruimte aan.
Vlonderplanken (14 cm breed): Houd ca. 5 mm tussenruimte aan.
Vlonderplanken (19 cm breed): Houd 8 tot 10 mm tussenruimte aan.
Brede vlonderplanken van zachthout: Houd bij voorkeur 12 mm aan.
Blokhutten: Schroef op elkaar gestapelde wandplanken nooit permanent aan elkaar vast!
Zorg voor luchtstroming: Ventilatie is cruciaal. Zorg dat de schaduwzijde van planken goed kan droogwaaien door voldoende ruimte te laten onder een vlonder of achter een schutting/gevel. Zo schommelt het vochtgehalte aan beide kanten van de plank zo gelijkmatig mogelijk.
Behandel het hout: Het aanbrengen van een beschermende laag (zoals beits, olie of lak) vermindert de opname van vocht en vertraagt de werking van het hout aanzienlijk.
Na de montage: Wanneer de planken eenmaal met de juiste tussenruimte zijn gemonteerd en goed zijn behandeld, zul je bij de juiste zorg in de praktijk nauwelijks nog last hebben van extreme vervormingen. Het periodiek bijwerken van de olie of beits zorgt ervoor dat de werking tot een minimum beperkt blijft.
Is het hout aantoonbaar correct gemonteerd en behandeld, maar merk je dat de werking desondanks écht buiten proportie is? Dan kun je uiteraard altijd contact met ons opnemen via ons serviceformulier.